Een goed getrimd zeil is het belangrijkste element om lekker te kunnen surfen. Hierbij een paar tips van mij voor het goed trimmen van je surfzeil en oplossingen voor veel voorkomende problemen.

Tip 1: neem de tijd om je zeil goed te trimmen. Liever wat later op het water, dan dat je elke keer moet stoppen om weer iets te veranderen. Zorg dat je zeil netjes staat (loose leech die je wilt, geen rare bobbels) voordat je vertrekt. Vraag desnoods hulp aan andere surfers (die nog op de kant staan), wat zij ervan vinden. Andere surfers vinden het vaak leuk om je te helpen.

Welk zeiloog moet ik nemen?
Sommige zeilen hebben twee ogen waar je de uithaler door kunt doen. Welk oog moet ik nemen?
– Bovenste oog: je krijgt meer power, je zeil vangt meer wind, je vaart sneller.
– Onderste oog: je krijgt meer controle over je zeil, je krijgt minder power.

Neem dus bij harde wind (of als je je overpowered voelt) het onderste oog, en bij zachte wind (of als je underpowered bent) het bovenste oog.

Probleem: moeite met het zeil te houden tijdens vlagen.
Als je moeite hebt om vlagen op te vangen dan voelt het zeil te zwaar aan. Oplossing is een betere loose leech te maken. Loose leech betekent dat je achterlijk rimpels heeft (een golvend achterlijk). Hoe langer de loose leech (dus hoe meer lengte van het achterlijk rimpels heeft), hoe lichter het zeil aanvoelt en hoe makkelijker je windvlagen op kunt vangen.

Aantrekken neerhaler

Aantrekken neerhaler

Oplossing: trek de neerhaler (bij de mast) nog een paar centimeter extra aan. Gebruik een steeksleutel of dikke verwarmingspijp (stukje pijp hoort bij je surfgereedschap dat altijd in je auto ligt zodat je het nooit vergeet) als hulp om de neerhaler aan te trekken. Ga op de grond zitten. Rol het touw om de pijp, zet je voet schrap tegen de mastvoet en trekken maar!

Dit is anders dan vroeger. Je moet met het nieuwerwetse materiaal flink hard trekken! Het zeil en de mast gaan niet stuk.

Probleem: te veel druk op zeilhand.
Oplossing: schuif de trapezekoordjes een hand (5 cm) naar achteren. Nu is het makkelijker om je lichaamsgewicht in te zetten waardoor de druk op je achterste hand mindert.
Aannemende dat je trapezekoordjes goed staan, kun je dit probleem daarna (dus eerst trapezekoordjes goed zetten) oplossen door de neerhaler een extra 2 cm aan te trekken.

Probleem: het zeil voelt te log en te zwaar aan.
Als je de neerhaler maximaal hebt aangehaald en het zeil staat nog steeds niet lekker dan kan het zijn dat de mast niet bij het zeil hoort. Controleer de stijfheid van de mast. Dit is het IMCS-nummer. Het IMCS-nummer van de mast moet precies hetzelfde zijn als het IMCS-nummer dat op het zeil staat.

Een truuk om met een mast te varen waarvan het IMCS-nummer niet overeenkomt met het zeil is om een mastverlenger te gebruiken. Als je een kortere mast neemt met daarbij een langere mastverlenger, dan verlaag je feitelijk de IMCS-waarde met 2 punten.

Probleem: ik vaar te langzaam, maar ik voel wel de wind in het zeil trekken.
Zet de uithaler (achterste koord van het zeil) 2 cm losser. Het zeil gaat dan iets boller staan. Je vaart nu iets stabieler. Het is een feit dat sommige surfers de uithaler vaak te strak aantrekken. Voor herintreders geldt: de uithaler “gewoon” aantrekken (zoals je nog weet van vroeger), de neerhaler moet extreem worden aangetrokken.

Probleem: te veel druk op achterste been (is vermoeiend en kan ook spin-outs veroorzaken).
Zet de giek lager. Probeer dat eerst. Lukt het zo niet (of staat de giek al laag) maak dan je trapezekoordjes langer.
Je kunt ook nog je mast naar voren schuiven (2 cm max). Maar het effect daarvan kan dan weer zijn dat je meer moet oploeven, dus doe dat als laatste.

Meer info over het zeil in mijn artikel over het bepalen van de zeilgrootte.

 

Comments are closed.